Ze is bijna zeventig. Een vrouw uit Sri Lanka, in een land waarvan ze de taal niet spreekt en de cultuur nauwelijks kent. Toch schuift ze inmiddels regelmatig aan bij de lunch van House of Hope. Ze komt naar de vrouwengroep en op zondag naar de kerk.
In Sri Lanka was ze haar man verloren. Daarna ontmoette ze een Nederlander die daar regelmatig op vakantie kwam. Hij wist haar ervan te overtuigen dat ze samen een toekomst konden opbouwen. Ze verkocht alles wat ze had en kwam naar Nederland. Maar de liefde waarop ze had gehoopt, bleek geen veilige plek. Eenmaal hier werd ze zowel lichamelijk als geestelijk mishandeld. Haar geld verdween en uiteindelijk bleef er weinig meer over. Ze moest vluchten.
Via een stichting kwam ze terecht in een blijf-van-mijn-lijfhuis. Onder begeleiding kon ze nog enkele spullen uit haar woning ophalen. Daarna begon haar nieuwe leven in een land dat nog nauwelijks als thuis voelde.
“Ook als je op leeftijd bent, kun je dus opnieuw moeten beginnen,” vertelt Jan.
Een plek waar iemand luistert
Via Thuis in West kwam ze vervolgens bij House of Hope terecht. Zij hebben actief meegedacht, gezocht en gezorgd voor een warme overdracht. Ze had behoefte aan een plek in de wijk waar ze terechtkon met haar vragen. Een ankerpunt.
Jan en de mensen van House of Hope luisterden naar haar verhaal. In het begin hoefde er misschien niet meer te gebeuren. Er moest vooral iemand zijn die luisterde, een plek waar ze welkom was.
Langzaam kwam ze vaker. Naar de lunch, de vrouwengroep en de kerk. Zo werd ze stap voor stap onderdeel van de gemeenschap.
“Ze is nu gewoon hier ingebed,” zegt Jan.
De hulp zit bovendien vaak in heel praktische dingen. Zo bleek dat ze meerdere telefoonabonnementen had en niet wist hoe ze die moest regelen. Een stagiair van House of Hope ging met haar mee naar een telefoonwinkel. Samen zegden ze een abonnement op en keken ze wat voor haar het beste was.
“Zo hebben we haar elk stukje bij beetje geholpen.”
Een eigen huis, een eigen leven
Inmiddels heeft ze in Rotterdam een eigen huurappartement, in hetzelfde seniorencomplex waar ze eerder vanuit het blijf-van-mijn-lijfhuis verbleef.
Een eigen sleutel. Een eigen voordeur. Een plek die van haar is. En ze bloeit op.
Ze wil Nederlands leren. Ze heeft goed contact met de vrouw van de voorganger, met wie ze in het Engels kan praten. En er kwam nog een bijzondere ontdekking: in Sri Lanka was ze een bekende zangeres. Inmiddels heeft ze al een paar keer in de kerk gezongen.
Ze is niet alleen iemand die hulp nodig heeft. Ze heeft zelf ook iets te geven.
En dan is er haar zoon. Hij woont in Bangkok en is nu twee weken in Nederland bij zijn moeder. Toen Jan hem onlangs ontmoette, kwam ze hem voorstellen bij House of Hope met een ‘smile van oor tot oor’. Ook hij komt nu bij House of Hope voor een aantal ‘regeldingen.’
Dat zijn de momenten die Jan bijblijven. “Als je iemand ziet opbloeien en het hier gewoon fijn ziet hebben.”
Een nieuw hoofdstuk
In Sri Lanka heeft ze nog familie: een zus, een broer en andere familieleden. Maar zij weten nauwelijks wat haar werkelijk is overkomen. Ze denken dat ze het in Nederland heeft gemaakt, dat ze een goed leven heeft opgebouwd.
Er zit schaamte op haar verhaal. Juist daarom is het belangrijk dat ze hier mensen heeft bij wie ze niets hoeft te verbergen. Mensen die haar verhaal kennen, maar haar niet alleen zien als slachtoffer.
Ze is inmiddels officieel gescheiden van de man voor wie ze naar Nederland kwam. Dat hoofdstuk is afgesloten. Wat er nu ligt, is een nieuw begin: een eigen huis, een kerk, mensen om haar heen, haar zoon dichtbij en een gemeenschap waarin ze opnieuw mee mag doen.
Voor Jan is dat misschien wel de kern van House of Hope. Niet dat alle problemen verdwijnen, maar dat iemand die veel is kwijtgeraakt, stukje bij beetje weer iets terugvindt.
Een huis. Een gemeenschap. Een stem. En vooral: hoop.




