House of Hope betekende voor Ricardo uiteindelijk een nieuw begin. Maar voordat hij daar terechtkwam, leefde hij jarenlang in verslaving, criminaliteit en gevangenschap. Juist in de diepste dalen van zijn leven ontdekte hij dat God hem nooit had losgelaten.
Hij werd geboren in Suriname en groeide op in Brabant, bij zijn tante in Oosterhout. “Ik zat tussen de boeren,” lacht hij. “Ik was de enige Surinamer.”
Rond zijn dertigste verhuisde hij naar Rotterdam. Muziek was zijn grote passie. “Ik was helemaal gefocust op muziek. Ik wilde niks anders doen.”
Ricardo kreeg een relatie en stichtte een gezin. Maar ondertussen raakte hij steeds dieper verslaafd aan drugs. “In die tijd gebruikte iedereen. In de bus, in de metro… overal.”
Zijn leven begon steeds meer om drugs te draaien. Uiteindelijk werd hij ‘handelsreiziger’, zoals hij het zelf met een wrange glimlach noemt. Hij reisde naar Zuid-Amerika om drugs te smokkelen. “Mijn vrouw vroeg een scheiding aan. Toen had ik helemaal de vrijheid om drugs over de grens te halen. In Ecuador was het goedkoper.”
Toch bleef God hem achtervolgen. “In Ecuador greep God echt in. Ik reisde altijd met mijn Bijbel. Ik ging ook naar de kerk, maar ik kwam niet vrij van de drugs.”
Ricardo ontsnapte eens op wonderlijke wijze aan arrestatie. “Ik had zóveel cocaïne op mijn lichaam geplakt dat iedereen het kon ruiken. Ik kwam het vliegtuig uit en er stonden twee honden klaar bij de douane. Één hond begon te blaffen en te schuimbekken. Die agent keek me aan en riep alleen maar: ‘Nu oprotten! Doorlopen!’ Dat was echt mijn redding.”
Maar niet lang daarna ging het alsnog mis. Tijdens een volgende reis naar Ecuador werd hij opgepakt. Hij zat uiteindelijk vijf jaar gevangen.
“Juist daar was God dichterbij dan ooit”
De gevangenis in Ecuador was hard en gevaarlijk.
“Je kon daar doodgeschoten worden.”
Maar juist op die plek gebeurde er iets wat Ricardo’s leven veranderde.
“Ik zat daar nog maar twee uur binnen toen ik mensen de Heer hoorde loven en prijzen. Ik ging uit mijn dak, want ik ben een worshipper.”
Hoewel hij geen Spaans sprak, werd hij direct opgenomen in een groep christelijke gevangenen. “Er waren jongens die echt hun leven wilden veranderen. Natuurlijk zaten er ook mensen van de maffia tussen. Maar juist daar, op dat dieptepunt, ervoer ik God meer dan ooit.”
Hij noemt die jaren vormend voor zijn geloof. “In Ecuador leerde ik wat geloof echt betekent. In Hebreeën 11 staat: ‘Geloof is een vaste grond.’ Hoe vast is je geloof als je alles kwijt bent?”
In de gevangenis begon hij Spaans te leren. Uiteindelijk leidde hij worshipdiensten en preekte hij zelfs in het Spaans. “We hadden drie keer per week samenkomsten. Ik was dag en nacht bezig met God. Ik gaf jongens van de straat Spaanse les. Dat werd mijn leven.”
Toen hij uiteindelijk vrijkwam, was dat zwaar. “Weet je hoe moeilijk dat was? Mijn hele leven was daar geworden. Die jongens huilden toen ik vertrok.”
“Buiten de gevangenis kon ik niet aarden”
Terug in Nederland probeerde Ricardo opnieuw te beginnen. Zijn ex-vrouw wilde zelfs opnieuw met hem trouwen. Maar het ging mis.
“Ik kon geen werk krijgen omdat ik had vastgezeten. Ik had geen geld. Dus ik begon weer te dealen en weer te vliegen.”
Hij raakte opnieuw verstrikt in criminaliteit en belandde later opnieuw in de gevangenis, dit keer eerst in Suriname en daarna in Nederland.
“Ik was gevaarlijk geworden. Er zat iets angstaanjagends op mij.”
Toch bleef God hem opzoeken.
“In de Koepelgevangenis in Haarlem zei ik tegen de Heer: ‘Ik ga nooit meer vliegen voor die rotzooi.’ God liet mij van bovenaf naar mijn leven kijken, alsof ik op arendsvleugels werd meegenomen.” Hij ontdekte iets pijnlijks: buiten de gevangenis kon hij nauwelijks functioneren. “In de gevangenis had ik rust. Geen stress van de maatschappij. Ik had het daar soms beter dan buiten.”
House of Hope werd zijn redding
Na opnieuw een moeilijke periode kwam Ricardo terecht bij House of Hope.
“Ik was dakloos geworden. De reclassering was bezig met mijn proces. Ik had al eerder contact gehad met House of Hope.”
Via House of Hope kreeg hij samen met een begeleider uiteindelijk een woning toegewezen.“Dat was mijn redding.”
Niet veel later vroegen medewerkers of hij vrijwilliger wilde worden bij de inloop.
“Ik was liever daar dan alleen thuis. Toen vroegen ze: ‘Ben je ook een beetje handig?’”
Dat bleek hij zeker te zijn. Als jongen hielp hij zijn vader al met bouwen.
“Ik ging mee naar een eerste klus in Slinge. Laminaat leggen, schilderen… en we kregen die klus gewoon geklaard.” Langzaam vond Ricardo opnieuw zijn plek in de samenleving. Niet door grote woorden, maar door mensen die hem zagen staan. “Bij House of Hope mag iedereen er zijn, met zijn eigen verhaal en achtergrond. Dat maakt het zo bijzonder.”
En boven alles bleef één overtuiging overeind:
“Waar ik ook ben geweest — God was daar. Door alles heen.”




